
Bij chronisch hartfalen krijgen organen onvoldoende zuurstof en nutriënten, waardoor deze beschadigd kunnen worden en niet meer zo goed kunnen functioneren. Naarmate de pompfunctie van het hart achteruitgaat, kan het bloed zich ophopen in andere zones van het lichaam.
Chronisch hartfalen kan verband houden met andere ziekten, zoals anemie en chronisch nierfalen. Uit onderzoek is gebleken dat patiënten met chronisch hartfalen en anemie(een laag aantal rode bloedcellen) een minder goede prognose hebben dan patiënten met een normaal aantal rode bloedcellen. Hartfalen gaat vaak gepaard met een verstoorde nierfunctie en diabetes, die allebei kunnen leiden tot anemie.