
In sommige gevallen houden de bloedstoornissen verband met andere ziekten en stoornissen. Chronische ziekten zoals nierfalen kunnen de productie van erytropoëtine, een belangrijk eiwit dat de productie van rode bloedcellen stimuleert, beïnvloeden. Een onvoldoende aantal rode bloedcellen vermindert de hoeveelheid zuurstof die kan worden aangeboden aan het lichaam en kan een ernstige complicatie zijn bij patiënten met chronische ziekten.
Bij kankerpatiënten kan de chemotherapie aanleiding geven tot bloedstoornissen. De werking van de chemotherapie – het gebruik van geneesmiddelen om kanker te behandelen – is gebaseerd op het opsporen en doden van snelgroeiende cellen. Maar naast de kankercellen doodt de chemotherapie ook normale cellen, waaronder een bepaald type van witte bloedcellen genoemd neutrofielen, die het lichaam helpen om infecties te bestrijden. Hierdoor lopen deze patiënten een potentieel risico op infecties en kan het nodig zijn om de chemotherapie kuren uit te stellen.
Bij patiënten die leiden aan ITP (Idiopatische trombocytopenische purpera), een auto-immuunziekte, wordt de bloedziekte gekenmerkt door een versnelde afbraak van de bloedplaatjes. De versnelde afbraak hangt samen met de productie van specifieke antistoffen. Naast de versnelde afbraak is er sprake van een verstoorde aanmaak, door een direct effect van antilichamen op de megakaryocyt, die zorgt voor de productie van bloedplaatjes. Dit leidt tot een verlaagd aantal bloedplaatjes (< 10.109L) resulterend in trombocytopenia. Bloedplaatjes spelen een belangrijke rol bij het stollingsproces. Een tekort aan bloedplaatjes kan leiden tot milde en ernstige bloedingen die bijvoorbeeld te zien zijn als blauwe plekken of kleine rode vlekjes op de huid.